Historische Verhalen

Een duik in 50 jaar Hockey Club Eersel historie. In de aanloop naar de jubileumfestiviteiten in juni 2024, zullen er op de website en in de nieuwsbrief enkele verhalen verschijnen over de rijke clubgeschiedenis. 

"In de bus heel veel sfeer, met een groot aantal volgauto's"

Ad Wintermans met een verhaaltje uit zijn tijd als voorzitter TC:

"Ik kan me nog goed herinneren dat we met Heren 1 naar Tegelen gingen om een promotiewedstrijd te spelen. We hadden een mooie bus voor de heren geregeld en gezorgd voor professionele 'cadeautjes' (handdoeken en horloges van onze hoofdsponsor). In de bus natuurlijk veel sfeer en veel supporters. Verder een groot aantal volgauto's.

De spanning tijdens de wedstrijd was te snijden en we raakten langs de lijn vooral 'over de rooie' van het overdreven strenge en absurde optreden van een van de scheidsrechters tegen onze spelers. Hij strooide met strafcorners en nam allerlei twijfelachtige beslissingen. We konden onmogelijk winnen.

Het ware zo, en na de wedstrijd vroeg ik aan één van de Tegelse omstanders wie de voorzitter van Tegelen was om hem (sportief!) te feliciteren met hun promotie. Mijn schoenen vielen uit toen mij de bovengenoemde scheidsrechter werd aangewezen! Een voorzitter, die al jaren predikte dat onder zijn beleid het Tegelse hockey op een hoger niveau moest komen. Dat was hem dan ten slotte gelukt!" 

"Op zoek naar het formulier, die bij iemand in de jaszak zat"

Hockey was in de beginjaren nog zeker geen Kempische sport. Jongens gingen voetballen en meisjes korfballen. Door de groei van Eersel kwam er ruimte voor meerdere sporten. Atletiek was er al (1962) en in de jaren 70 werd behalve de hockeyclub ook gestart met Tiamat (zwemmen), Jupiter’75 (handbal) en Eresloch (tennis). Het waren dan ook veelal de "import” Eerselnaren die de vereniging oprichten. Zij hadden vaak elders en in de studententijd al gehockeyd. In de beginjaren waren er dan ook al snel drie veteranen en drie veteranessen elftallen actief. Het veteranessen hockey werd toen huisvrouwenhockey genoemd (zou nu niet meer kunnen), en zij speelden de wedstrijden op donderdagmiddag.

Door de aanwezigheid van een middelbare school en als enige hockeyclub in de Kempen, groeide de vereniging gestaag. Het al snel te kleine clubhuis werd uitgebreid. Er werd op een gegeven moment gespeeld op 5 gras-hockeyvelden (In 1987 komt er een kunstgrasveld). Die velden waren hard nodig met 9 senioren teams op de zondag. Gelukkig waren de commissies goed gevuld.

Het vele werk dat nu digitaal gaat, werd met de hand gedaan. De wedstrijdformulieren waren van papier, moesten elke wedstrijd ingeleverd worden en op zondagavond in de brievenbus bij de wedstrijdsecretaris liggen. Vergeten? Dan kon deze op zoek naar wie oh wie het formulier in zijn zak had. De toenmalige wedstrijdsecretaris Ria Elstgeest heeft regelmatig een bezoekje aan een kroeg op de markt moeten brengen, omdat het formulier van Heren 1 daar ergens in een zak of jas terecht was gekomen.

Het wedstrijdprogramma, teamindelingen, verslagen, verhalen en dergelijke waren te lezen in het clubblad: "De Kemphaan”. Hier was een heel team bij actief om de kopij te maken, te typen op een typemachine, te stencilen (kopiëren ging toen nog niet), nieten en verspreiden. Toen het digitale tijdperk zich aankondigde werd het er wat makkelijker op. Maar de commissies ook minder gevuld.

Dat er op zaterdagmorgen naar de supermark gegaan werd om brood, kaas en ham te kopen om zelf tosti’s te maken is nu ondenkbaar. ‘De vette hap’ was er vroeger nog niet, omdat de dames achter de bar niet uren in de vette lucht wilden staan. Na een verbouwing van de keuken en de afzuigkap zijn intrede deed, kwamen de hamburgers, frikadellen en kroketten binnen. Het bruine ‘fruit’. Het broodje gezond is nooit een blijvertje geweest.


"Een ouderwetse handstop op echt gras…"


In de jaren 70 maakte Eersel een groei door in het inwonersaantal. Er kwamen hier en in de Kempen mensen ‘van buiten wonen’, die vroeger gehockeyd hadden en ook hun kinderen graag zagen hockeyen. Een aantal van deze oud-hockeyers trokken de stoute schoenen aan en gingen voor de oprichting van een hockeyclub.

In het allereerste begin werd er nog wat vrijblijvend gehockeyd voor de gezelligheid op het huidige Mortelveld op zaterdagochtend. Het potje hockey werd in een horecagelegenheid afgesloten met een bakkie koffie. Wat later ontstaat er een initiatiefgroep die de mogelijkheden verkennen. Met veel inspanning wordt er kader gezocht en spelers gevraagd zich aan te melden. Na veel voorbereidend werk worden de statuten op 5 maart 1974 bij de notaris gedeponeerd en is er formeel een Hockeyclub Eersel. Met een bestuur dat bestond uit voorzitter Hub Lemmens, secretaris Harrie Grielen, penningmeester Netty van den Heuvel, wedstrijdsecretaris Ruud Zwierink en Algemene zaken Trix Lemmens.

Logisch dat er in het begin veel geïmproviseerd moet worden. In 1972 en 1973 wordt er fanatiek getraind door een groep jongeren op het Mortelveld en incidenteel op de sportvelden van het Rythoviuscollege. In het oprichtingsjaar wordt er verhuisd naar de Postelseweg. Een voetbalveld wordt extra kort gemaaid en een keer platgewalst. Dit was het eerste hockeyveld. Een clubhuis was er niet. Dat eiste de KNHB wel. In overleg met de gemeente werd er op zaterdag een gemeentelijke groene schaftkeet naar het veld gebracht. Hierin konden de tegenstanders zich omkleden. De keet kreeg al snel de naam van Pipokar. Genoemd naar de woonwagen van de bekende TV clown in die tijd. De groei ging snel.

De pipokar werd snel vervangen door een houten gebouwtje dat de gemeente nog ergens in Duizel had staan en verplaatst werd naar de Postelseweg. Langzaam werd HCE een echte club, waar de accommodatie en velden steeds verbeterd werden. De natuurgrasvelden vragen veel werk van bestuur en accommodatie commissie. De gemeente zorgde wekelijks voor de maaibeurt. Maar wekelijks moesten de velden (op een gegeven moment vijf!) door de leden met behulp van een kalkwagen worden belijnd (liefst zo recht mogelijke lijnen). En regelmatig werd al vroeg een bestuurslid op de velden gesignaleerd, die voor de eerste wedstrijden begonnen een rondje over de velden maakte om de konijnenholen te dichten en de molshopen te verwijderen. Wat een tijd.

"Wat hebben we een plezier gehad"

Ria Elstgeest: "En daar ben ik 49 jaar lid van. Toen er in 1975 een tweede huisvrouwenteam bij kwam ben ik gaan hockeyen. Na enkele jaren werd de wat deftiger naam van veteranessen gebruikt. We trainden op het Mortelveld. Alles moesten we zelf regelen voor de competitie wedstrijden. Scheidsrechter, sleutel halen, bar bedienen etc.

Ook het thuisfront moest verzorgd achtergelaten worden. Maar wat hebben we een plezier gehad. 26 keer zijn we een weekend weggeweest. Ook gingen we met een aantal op wintersport. We hebben echt van alles beleefd. Ook op toernooi gaan was soms een hele belevenis, zoals dollen in de bus en dansen op tafel.

Van 1986 tot 1997 zat ik in het bestuur. We hadden een leuk team. Vergaderen deden we bij iemand thuis. Zo’n vergadering eindigde soms in een klein feestje. We organiseerden grote feesten in het clubhuis.

Een periode zonder digitale communicatie en aanvankelijk zonder kunstgras. De contacten met andere clubs gingen telefonisch. Op maandagavond werden de afspraken gemaakt voor de thuis en uit wedstrijden. Ook de scheidsrechters werden aangewezen en kregen een "gele kaart ". Alle gegevens doorgeven aan de redactie van het clubblad. Voorwaar een drukke avond.

In 1985 werd de Kugrafico commisie ingesteld. We wilden een kunstgrasveld! Allerlei acties moesten geld opbrengen om dit te kunnen bekostigen. Voor een loterij werd een vergunning aangevraagd. Dat lukte, de loten kosten 100 gulden en de hoofdprijs was een auto. Ruim 700 loten werden er verkocht. Ik verkocht er 125.

Op 18 oktober 1987 werd het kunstgrasveld in gebruik genomen. Wat is er toch veel veranderd de laatste 25 jaren. Geen Pipokar meer, waarin de tegenstanders zich konden omkleden, maar voldoende kleedkamers. Een tweede kunstgrasveld. Ik ben blij nog steeds lid te mogen zijn van deze mooie club."

"HC Eersel is medebepalend geweest voor wie ik geworden ben"

Als 12-jarig jongetje kwam ik in 1979 in Eersel wonen. Begonnen op het Rythovius college aan de middelbare school en ging hockeyen bij HC Eersel. Het eerste was een grotere uitdaging dan het tweede. Ik had al een paar jaar hockey ervaring in Best opgedaan en mocht na wat trainingen aansluiten bij de jongetjes D. Er was al een mooie accommodatie en 5 grasvelden. Deze velden moesten iedere week gemaaid worden door de gemeente en werden keurig belijnd door Frans Lapidaire.


De hockeyclub leefde in die tijd ook enorm zowel bij de meisjes als in die jaren ook bij de jongens: 3 A-teams, 3 B-teams, 5 heren teams. Het waren ook de jaren dat we in de jeugd op serieus niveau mochten spelen. Naast dat er toen een bredere selectie was hielp het dat omliggende clubs al kunstgras hadden en wij thuis op een mooi knollenveld mochten hockeyen waar we ook wekelijks op trainden. Uitwedstrijden verloren we bijna altijd maar thuis op gras hadden we een groot voordeel!


Het waren jaren op de club waar ik met heel veel plezier op terug kijk. Vriendschappen, vriendinnetjes, plezier, teamsport met waardering voor de verschillen tussen mensen (de een is wat sneller en de ander is wat handiger, weer een andere kan beter fluiten...), leren omgaan met winnen en verliezen. Ik denk dat ik niet de enige ben als ik zeg dat HC Eersel medebepalend is geweest voor wie ik geworden ben.


In de laatste jaren van mijn jeugd is er onder voorzitterschap van mijn vader Bob Tulp een heel team bezig geweest om ook een kunstgrasveld bij HC Eersel te krijgen. Om aan de nodige financiën te komen werd er een loterij opgezet met loten van 100 gulden en als eerste prijs een auto! Ook werd er een kunstveiling gehouden. En met succes. Een mooie happening en noodzakelijk voor de toekomst van de club.


Rond mijn dertigste ben ik na mijn studietijd en eerste jaren werkzame leven in Amsterdam, terug in Eersel komen wonen. Een prachtig dorp met goede faciliteiten om met een jong gezin te wonen. Hier brak mijn tweede periode HC Eersel aan. In de rol van trainer, coach van onze dochter, als hockeyer bij de veteranen, en samen met Mark Gerritsen als voorzitter en vice-voorzitter. We hadden mooie, constructieve, lange maar vooral gezellige avonden met Friek Endlich-van Lotringen (over hockey families gesproken) Eric Corduwener en de veel te jong overleden John Franssen.


Na vele gesprekken met de gemeente, opbrengsten van Bon Bini Beach toernooien (uitgegroeid tot het bijna grootste A-toernooi van Nederland met honderden deelnemers en zeer weinig hockey). Prachtige evenementen waren dat met als hoogtepunt een prachtig festival-achtige versie op het E3 strand in Eersel waar de Nederlandse top DJ’s draaiden en er goed gefeest, gegeten en gedronken werd.  Deze inkomsten alsmede de sponsoring van VDL zorgden ervoor dat de financiële positie van de club top was, het clubhuis verbouwd kon worden en we twee nieuwe kunstgrasvelden konden neerleggen.


Mooi om te zien dat de club zo levend is na 50 jaar. Dank aan iedereen die daar een bijdrage aan geleverd heeft en dank aan iedereen die dat nog gaat doen! Op naar de komende 50 jaar en hopelijk tot ziens bij de lustrum-activiteiten!


"Thema’s als Chicago, Asterix en Obelix, Schotland zorgden voor een overvol clubhuis"


Bij de oprichting van de club maakten een aantal hockeyfamilies de dienst uit. Zij hadden de club opgericht, vormden het bestuur en commissies. Het was lang een ons kent ons verhaal. Een grote familie. En dat maakte naast het sportieve deel er een gezellige club van. Zo ontstond er een groot aantal van terugkerende activiteiten, feesten en toernooien. Over de toernooien komt er later een aparte bijdrage.


Zoals met veel tradities komen die en werken naar een hoogtepunt en verdwijnen ook weer langzaam. Zo was de jaarlijkse nieuwjaarsborrel een vast onderdeel in het jaarprogramma. De hele club, jong en oud wenste elkaar op de eerste zondag van het nieuwe jaar een mooi hockeyjaar toe. Voor de jeugd werd sinterklaas en Pasen niet vergeten en had elk team wel een of andere teamdag met een gezellige activiteit.


Elk lustrum werd uitbundig gevierd met vele activiteiten. De vele noodzakelijke vrijwilligers werden op de een of andere manier in het zonnetje gezet. Dit gebeurde met een ere zwoegersavond of er werden blauw-geel gestrikten gehuldigd met een lintje in die kleuren. Er werden onderlinge toernooitjes en avonden georganiseerd waarin die zwoegers in de belangstelling kwamen. Zo was er een boerenkooltoernooi in 1979, waarop de huismus en huismussin in het zonnetje werden gezet. De veteraan en veteranes die zich dat jaar het meest verdienstelijk had gemaakt. Met drie veteranen en drie veteranessen teams was dit een groot en belangrijk deel van het ledenbestand.


Als oudste in het ledenbestand heb ik de grootste tijd bij de veteranen doorgebracht. De deelname aan het landskampioenschap voor Veteranen in het Wagnerstadion in Amsterdam was een hoogtepunt. Maar zeker ook de lange weekenden naar Canterbury en Londen, waar we ook nog een wedstrijd tegen een Engels team hockeyden of gewoon voor de gezelligheid naar Parijs was top. In 1985 organiseerden Veteranen B een mosselfeest in het clubhuis. Dit midwinterfeest werd in 1991 overgenomen door veteranen A. Zij maakten er een jaarlijks themafeest van. Thema’s als Chicago, Schotland, Holland, Asterix en Obelix, Wenen en Berlijn waren hoogtepunten die zorgden voor een overvol clubhuis. De leden werden buiten al in de sfeer gebracht, het hele clubhuis werd grondig verbouwd, er werd door de veteranen een diner passend in het thema geserveerd (deels ook nog zelf bereid), er waren optredens, toespraken, muziek en dans in de stijl van het thema.


Een aantal belevenissen zullen ongetwijfeld op de jubileum reünie zorgen voor sterke verhalen. HCE: al 50 jaar meer dan hockeyen!